Nieuws

Aan de lobbytafel: voorzitter Miro vertelt

5 september 2018

Een betere positie voor zelfstandige journalisten bereiken, dat is van een de taken van het sectiebestuur. Hoe doe je dat met een relatief nieuw bestuur binnen een organisatie met vele taken, die voortkomt uit een initiatief in 1905? Lobbyen is geduldwerk, dat begint bij gehoord worden. Voor mij als voorzitter waren de afgelopen maanden dan ook vooral een periode om bestaande contacten te onderhouden en nieuwe aan te knopen.

Je springt dan altijd op een rijdende trein. Neem de steun die het regeerakkoord belooft aan onderzoeksjournalistiek, waar 5 miljoen per jaar voor is gereserveerd. Wie gaat dat geld uitgeven? Hoe waarborgen we dat een deel terechtkomt bij de groep die er het meeste behoefte aan heeft, de freelancers? We waren aan de late kant, maar voor alle zekerheid heeft de sectie begin juni toch maar een brief gestuurd naar minister Slob van media, met als resultaat een telefoontje uit Den Haag: er komt aandacht in de regelingen voor freelancers. Inmiddels is een van de steunmaatregelen in werking, via Fonds BJP, en de projectleider daar verwelkomt aanvragen van zelfstandigen.

Mijn voorganger Jeroen Mirck heeft zich ingezet voor een andere plek waar freelancers nog weinig te vinden zijn, de Raad voor de Journalistiek. Door Jeroens inspanningen ging een dwingend voorschrift van tafel: journalist-leden van de Raad hoeven niet langer lid te zijn van de NVJ. Er kwamen drie vacatures in dit orgaan dat klachten over journalistiek gedrag behandelt en de sectie FJ heeft enkele leden aangemoedigd om te solliciteren. Freelancers produceren immers veel van de inhoud van de media, en dus is het goed als zij ook een stem hebben in de afhandeling van eventuele klachten – los van alles wat er te zeggen valt over hoofdredactionele verantwoordelijkheid. De benoeming van nieuwe leden gebeurt via een sollicitatieprocedure die administratief wordt afgewikkeld door de NVJ. We hebben als Auteursbond geen recht van voordracht of iets dergelijks, maar de Raad heeft nogmaals verzekerd dat freelance-sollicitaties zeer welkom zijn.

Over de NVJ gesproken, we hielden samen het freelancersfestival waar tweehonderd collega’s elkaar hebben ontmoet. Na de evaluatie maken we afspraken over een volgende editie.

Als je nu opmerkt dat al deze inspanningen nog niets betekenen voor de portemonnee van de gemiddelde zelfstandige journalist, dan heb je gelijk. De slag om een fatsoenlijk honorarium voor werk waar de afnemers hoge eisen aan stellen, is nog lang niet voorbij. Ook daarin is de eerste stap om aan tafel te komen en er zijn voorzichtige bewegingen in die richting. De uitgeversorganisatie Mediafederatie heeft laten weten dat ze afspraken wil maken met de belangenorganisaties over een code Goed Opdrachtgeverschap. Aangezien de standpunten ver uiteenliggen is het de vraag of dat ook lukt, maar een poging doen is altijd de moeite waard. Wat de Auteursbond betreft heeft zo’n code alleen zin als hij door de overgrote meerderheid van de betrokkenen wordt gesteund. En dat wordt spannend, blijkt uit een ander terrein waar we dachten goede afspraken te hebben, namelijk het auteursrecht. Helaas weigert de grootste krantenuitgever van Nederland, De Persgroep, mee te werken aan een geschilprocedure over de onbillijke vergoeding van het werk van een freelance journalist en een fotojournalist. Het concern jaagt daarmee de makers op kosten, want om hun recht te halen zullen zij nu met advocaten aan een veel langere procedure moeten beginnen. Terwijl die zaak loopt, pleiten belangenorganisaties voor striktere wetgeving om kwaadwillend gedrag zoals dat van De Persgroep onmogelijk te maken.