Nieuws

Een dag in Coronatijd 18-3-2020

18 maart 2020

Scenarioschrijfster Maureen Versprille zette haar ervaringen tijdens een dag in Coronatijd op papier. Heb jij ook ervaringen, overpeinzingen of tips die je met collega-schrijvers wilt delen? Laat het ons weten! Stuur je bijdrage naar nieuwsbrief@auteursbond.nl.

EEN DAG IN CORONA TIJD 18-3-2020

Door Maureen Versprille
“Ik heb volgens mij een dikke keel. Een zwaar hoofd ook, al twee dagen.” We zitten aan de ontbijttafel. Mijn lief kijkt op en grinnikt. “Lach jij nou?” Heel even schiet ik in de ‘je neemt me niet serieus-modus’ totdat ik besef hoe goed dit juist is. Ja, gelukkig lacht hij voordat de angst mij de baas kan worden. Want stel ik ben echt ziek dan is daar niet veel aan te doen en zien we wel hoe het verder gaat en als er niks aan de hand blijkt is het zonde en jammer van de angst, dan kan ik maar beter genieten van mijn gezondheid. Een gezegde van Van Kooten en De Bie schiet me te binnen: ‘Er zijn meer volwassenen bang in het licht dan kinderen in het donker’. Heel volwassen voel ik me niet.

Buiten, in onze grote gezamenlijke binnentuin, begint het lente te worden. Een feestje van lichtgroene blaadjes, vette knoppen, gele narcissen en vrolijke vogels. Tegenstrijdig voelt het. Een beetje zoals ik me erover verbaasde dat de zon scheen toen ik jaren geleden mijn liefste vriendin begraven had en de trams gewoon bleven rijden, mensen op straat lachten en deden alsof de wereld niet net was ingestort. (Wat ie trouwens wel was want de Twin Towers waren tegelijk met haar van de aardbodem verdwenen).
Tegelijk is het een troost. Alsof dat alles daarbuiten wil zeggen, zie je, wij gaan gewoon door hoor, het leven zelf vergaat niet.

Ok, aan het werk nu. Ik moet mezelf aldoor tot de orde roepen want ik wil niet dat de dagen vaagjes voorbijglijden. Op facebook zie ik lijstjes langs komen die mensen maken om structuur aan te brengen: 8.30 gezamenlijk ontbijten. 9.00 tot 9.30 Renske en Jacco naar buiten. 9.30 – 12.00 werken / huiswerk, enz.
Ik heb niet zo’n lijstje maar ik probeer elke ochtend om 9.00 voor mijn computer te zitten wat me elke ochtend niet lukt waardoor ik, als ik om 10.00 begin, me schuldig voel over mijn gebrek aan discipline. Hee! roep ik mezelf tot de orde, er moet een script af , niet eerst een half uur je mail checken en nog even op Instagram kijken, focussen. Want straks om 13.00 heb je een wandeling gepland. En tegen die tijd moet je die eindscènes herschreven hebben.

13.00. Arm in arm lopen we door de straten van onze doodstille buurt. We komen een kennis tegen en natuurlijk hebben we het erover. Zij vertelt dat een grote klus die ze een jaar heeft voorbereid niet doorgaat. Ze probeert er vrolijk bij te kijken en zegt er dapper bij dat ze wel gezond is en dat het later vast goed zal komen. We staan op 2 meter van elkaar op een leeg kruispunt en knikken. Natuurlijk zal het goed komen. Een beetje doelloos loopt ze verder.

Zullen we links of rechts? Gisteren liepen we al door het parkje, laten we nu een rondje doen langs de baai. ‘De baai’ is de inham die vroeger een industriële haven was. Wij wonen in Rotterdam, zodoende.
We komen plukjes mensen tegen. Een oudere man in glanzende hardloopbroek met witte kuiten eronder rent ons daadkrachtig voorbij, in de buurt van de wijk-supermarkt komen we een zorgelijke vrouw met twee te zware boodschappentassen tegen en een groepje zeer coole jongens die uitstralen dat ze overal kak aan hebben omdat zij voor eeuwig leven.

We besluiten dat we onze boodschappen aan het begin van de avond doen. Dan zijn er waarschijnlijk niet zoveel mensen in de winkel. Mensen die je aan kunnen raken of in je gezicht ademen. Een vriendin van een vriendin schreef: het is zo vreemd dat we juist om goed voor elkaar te zorgen we zo ver mogelijk van elkaar weg moeten blijven.
We kiezen een grote supermarkt uit. Dan halen we meteen voor langere tijd eten in huis. Dat is iets heel anders dan hamsteren. Hamsteren, daar doen we niet aan. Maar de scheidslijn tussen een kar vol meel en wc-papier en ‘gewoon’ veel boodschappen is dun geworden.
Met handschoenen aan ga ik de winkel in. Ben ik een aansteller? Of gewoon handig en verstandig? In de winkel is nog een vrouw met handschoenen aan. We knikken ongemakkelijk.

Bij de groente is alles leeg. Een medewerker -held- vertelt dat je beter ’s ochtends kan komen als er net geleverd is. Wij blijken nog naïef als het erom gaat hoe te overleven in tijden van Corona.
Tegelijk belt mijn dochter. Of ik weet hoe het zit met die bijstand die je aan kan vragen. Ze is muzikant en geeft ook een paar uur les. Die lessen gaan door via skype en daar krijgt ze voor betaald. Ze vraagt zich af of de paar honderd euro die ze ermee verdient maken dat ze misschien niet in aanmerking komt voor die uitkering? Ik weet het niet. Ik hoop het heel erg van wel want hoe moet ze de huur en alles betalen van 300 euro per maand? Ik stel haar en mezelf gerust, ik kan me niet voorstellen dat ze niets krijgt. En anders verzinnen we wel wat.

Met een kar vol dingen die we niet bedacht hadden ‘neem die andere pompoen ook maar , je kan niet weten’ , maar natuurlijk zonder wc-papier manoeuvreren we naar buiten.
Uit de hoge flat naast de winkel komt geklap en gejoel. O! het is al begonnen! Ik weet niet hoe gauw ik mee moet klappen. Het maakt een dof geluid met die stomme handschoenen aan. De tranen springen me opeens in de ogen.
Hee, daar staan lieve buren en medebewoners van onze binnentuin. We maken een praatje.
Anna vertelt dat ze gisteren zowat gelyncht werd in de supermarkt. Ze werkt met veertig verstandelijk gehandicapten en had een feestje voor ze bedacht met broodjes hamburgers. Toen ze in de winkel met de veertig hamburgers naar de kassa liep werd ze woest aangestaard door het winkelpubliek, een vrouw begon te sissen en een man zei te hard dat alleen asociale kutten hamsteren.
Anna heeft het uitgelegd aan de winkelleiding en vanaf nu worden de bestellingen bij de instelling afgeleverd. In de buren-app had ze gisteren gewaarschuwd de kinderen in de tuin bij haar weg te houden. De mensen met wie ze werkt zijn niet op afstand te houden dus ze weet zo goed als zeker dat ze ziek wordt. Tegelijk heeft ze een oude moeder met een gebroken been die verzorging nodig heeft.
Wij en de buurman hebben op straat apart voor haar geklapt. Totdat ze er verlegen van werd. Heldin. Ik had haar graag een zoen gegeven.

23.00. Mijn wekker op mijn telefoon piept dat ik naar bed moet. Morgen ga ik echt om 9.00 beginnen.
Mijn lief, die een nachtuil is, geeft me een zoen. Gelukkig houden wij van elkaar.
Nog last van je keel? vraagt hij. Nee hoor, ik voel niks meer.
Morgen weer een dag. Laten we daar voorlopig heel blij mee zijn.